
LEIDENMet de kroegentocht beleefde de Leidse Blues- en Jazzweek woensdagavond zijn hoogtepunt. Met veel live muziek, maar minder blues.
Als we de foyer van de Nobel meetellen, deden er dit jaar 24 cafés mee aan de kroegentocht. Veel cafés kiezen voor een makkelijk verteerbare mengeling van herkenbare muziekstijlen, dus niet per se pure blues of jazz. Juist de blues is dit jaar ondervertegenwoordigd, maar het kan zijn dat het aanbod in dit genre uit Leiden en omstreken steeds kleiner wordt.
Nieuwsgierig
De bedoeling van de kroegentocht is dat de nieuwsgierige luisteraar zich nog tijdens het eerste optreden haast naar het volgende, want voor je het weet is de eerste set in het volgende café al afgerond en moet je wachten tot de pauze afgelopen is. In de praktijk betekent dat je niet meer dan twee of drie concerten kunt meemaken. Zeker als De Twee Spieghels op je programma staat, immers het enige adres waar live jazz het hele jaar door vrijwel elke dag is beluisteren. Als je in de drukte eenmaal een behoorlijke luisterplek hebt gevonden, wil je die niet meteen opgeven.
De Leidse trombonist Maarten Combrink, pas 25 jaar oud en kort geleden afgestudeerd aan het Conservatorium in Amsterdam, heeft toch juist voor deze gelegenheid een band samengesteld. Het veelgevraagde talent (Metropole Orkest, Jasper Blom, Peter Beets, Michiel Braam en vele anderen) heeft namelijk geen vaste eigen band. Dat hij juist Ilja Reijngoud, collega-trombonist, Leidenaar en zijn vroegere docent, uitnodigde, geeft dit concert een bijzonder karakter. Niet alleen kunnen we twee technisch uitstekende solisten elkaar zien uitdagen, we krijgen een heel brede inkijk in de mogelijkheden van het instrument. En inderdaad, de trombonisten lijken in hun toonvorming niet op elkaar, al geldt dat juist niet qua snelheid en articulatievastheid. De keuze voor snelle bopstukken is daarvoor een goed ijkmiddel.
Vingervlugheid
De andere drie leden van het kwintet zijn meer van Combrinks generatie. Cas Jiskoot op contrabas, David Puime op drums en Alexandros Adam op gitaar overtuigen ook wat bopvirtuositeit betreft. Net als de trombonisten weet Adam vingervlugheid te koppelen aan emotionele suggestie. In de tweede set komen die eigenschappen nog beter tot hun recht. Dat juist Billy Strayhorns bekende swingstandard ’Take the ’A’ Train’ als een snel bopstuk wordt gespeeld met onverwachte duopartijen is een leuke verrassing. Combrinks interpretatie van de ballad ’My ideal’ is een hoogtepunt door zijn vermogen de timbreverschillen van zijn instrument optimaal uit te buiten.

Aangenaam ontspannen is daarna de sfeer in de Leidse Lente aan de Haagweg. Het ligt buiten de loop van de cafés in het centrum, maar het licht is er aangenaam. De keerzijde daarvan zijn de harde akoestische reflecties die door de grote ramen worden geproduceerd. De middelgrote Blue Friends Jazz Band moet daar moeite mee hebben, al laten de musici daar met hun ontspannen vertolkingen van swingstandards weinig van merken. Pretentieloze oudere jazz, vooral dankzij de ingetogen arrangementen van tenorsaxofonist Kees Broekhof en de lichtvoetig swingende zang van Ann Vossen. Gershwins ’Summertime’ is een scherprechter waar de blauwe vrienden niet voor weglopen.


